ijssport
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de groep wintersporten die men uitoefent op ijs zoals schaatsen, curling en ijshockey
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ijssporten | meervoud |
| ijssportje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ijssportjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van ijs zn en sport zn
Woordfamilie van ijssport
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ijssporten | meervoud | ijssport |
| ijssportje | verkleinwoord | ijssport |
| ijssportjes | verkleinwoord meervoud | ijssport |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ijssport zijn vastgelegd.