ijsschuit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- met zeilen voortbewogen schuitje op schaatsen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ijsschuiten | meervoud |
| ijsschuitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ijsschuitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van ijs zn en schuit zn
Woordfamilie van ijsschuit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ijsschuiten | meervoud | ijsschuit |
| ijsschuitje | verkleinwoord | ijsschuit |
| ijsschuitjes | verkleinwoord meervoud | ijsschuit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ijsschuit zijn vastgelegd.