ijsploeg
zelfstandig naamwoordBetekenis
- groep mensen die ijs en sneeuw verwijdert van wegen om deze toegankelijk te houden
- een soort ijsbreker
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ijsploegen | meervoud |
| ijsploegje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ijsploegjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van ijs zn en ploeg zn
Woordfamilie van ijsploeg
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ijsploegen | meervoud | ijsploeg |
| ijsploegje | verkleinwoord | ijsploeg |
| ijsploegjes | verkleinwoord meervoud | ijsploeg |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ijsploeg zijn vastgelegd.