idioom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een bijzondere uitdrukking in een bepaalde taal die samengesteld is door eigenaardig taalgebruik
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| idiomen | meervoud |
| idioompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| idioompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘bijzondere eigenaardigheid van een taal’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
Woordfamilie van idioom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| idiomen | meervoud | idioom |
| idioompje | verkleinwoord | idioom |
| idioompjes | verkleinwoord meervoud | idioom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van idioom zijn vastgelegd.