identiteitscrisis
zelfstandig naamwoordBetekenis
- toestand van onzekerheid omtrent de eigen identiteit
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| identiteitscrises | meervoud |
| identiteitscrisisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| identiteitscrisisjes | verkleinwoord, meervoud |
| identiteitscrisissen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van identiteit en crisis met het invoegsel -s-
Woordfamilie van identiteitscrisis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| identiteitscrises | meervoud | identiteitscrisis |
| identiteitscrisisje | verkleinwoord | identiteitscrisis |
| identiteitscrisisjes | verkleinwoord meervoud | identiteitscrisis |
| identiteitscrisissen | meervoud | identiteitscrisis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van identiteitscrisis zijn vastgelegd.