huwelijksmakelaar
zelfstandig naamwoord /ˈhywləksˌmakəlar/Betekenis
- iemand die bemiddelt tussen mensen die een geschikte echtgenoot zoeken
Hoe spreek je huwelijksmakelaar uit?
/ˈhywləksˌmakəlar/
Huwelijksmakelaar bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| y | fuut |
| w | quiz |
| l | land |
| ə | de |
| k | kat |
| s | sok |
| m | maan |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- sjadchen, iemand die geschikte partner zoekt voor een kind met een huwbare leeftijd (hoeft niet beroepsmatig te zijn)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huwelijksmakelaars | meervoud |
| huwelijksmakelaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| huwelijksmakelaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| huwelijksmakelaren | meervoud |
Herkomst
samenstellen van huwelijk en makelaar met het invoegsel -s- die opgevat kan worden als een genitiefuitgang
Woordfamilie van huwelijksmakelaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huwelijksmakelaars | meervoud | huwelijksmakelaar |
| huwelijksmakelaartje | verkleinwoord | huwelijksmakelaar |
| huwelijksmakelaartjes | verkleinwoord meervoud | huwelijksmakelaar |
| huwelijksmakelaren | meervoud | huwelijksmakelaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huwelijksmakelaar zijn vastgelegd.