huwelijksdag
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de dag dat men trouwt
- trouwdag
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huwelijksdagen | meervoud |
| huwelijksdagje | verkleinwoord, enkelvoud |
| huwelijksdagjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van huwelijk en dag met het invoegsel -s-
Woordfamilie van huwelijksdag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huwelijksdagen | meervoud | huwelijksdag |
| huwelijksdagje | verkleinwoord | huwelijksdag |
| huwelijksdagjes | verkleinwoord meervoud | huwelijksdag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huwelijksdag zijn vastgelegd.