hulpstuk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- onderdeel dat een apparaat extra functies kan geven
- hulpmiddel
- verbindingsstuk tussen o.a. buizen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hulpstukje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hulpstukjes | verkleinwoord, meervoud |
| hulpstukken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van hulp en stuk
Woordfamilie van hulpstuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hulpstukje | verkleinwoord | hulpstuk |
| hulpstukjes | verkleinwoord meervoud | hulpstuk |
| hulpstukken | meervoud | hulpstuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hulpstuk zijn vastgelegd.