huizenrij
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een aaneengesloten rij woningen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huizenrijen | meervoud |
| huizenrijtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| huizenrijtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van huis zn en rij zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van huizenrij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huizenrijen | meervoud | huizenrij |
| huizenrijtje | verkleinwoord | huizenrij |
| huizenrijtjes | verkleinwoord meervoud | huizenrij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huizenrij zijn vastgelegd.