huistaak
zelfstandig naamwoord ˈhœystakBetekenis
- opgave die leerlingen buiten schooltijd (thuis) moet vervullen
- te verrichten huishoudelijk werk
Hoe spreek je huistaak uit?
/ˈhœystak/
Huistaak bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| œy | huis |
| s | sok |
| t | tak |
| a | maan |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huistaken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van huis zn en taak zn
Woordfamilie van huistaak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huistaken | meervoud | huistaak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huistaak zijn vastgelegd.