huispak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een set dameskleding in de vorm van een joggingpak van comfortabel, warm en zacht materiaal speciaal bedoeld voor binnenshuis
zelfstandig naamwoord — neuter
- een set kleding in de vorm van een joggingpak van comfortabel, warm en zacht materiaal speciaal bedoeld voor binnenshuis
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huispakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| huispakjes | verkleinwoord, meervoud |
| huispakken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van huis zn en pak zn
Woordfamilie van huispak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huispakje | verkleinwoord | huispak |
| huispakjes | verkleinwoord meervoud | huispak |
| huispakken | meervoud | huispak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huispak zijn vastgelegd.