huisnummer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het nummer dat door de overheid aan een opstal wordt gegeven en een onderdeel vormt van het adres.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huisnummers | meervoud |
| huisnummertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| huisnummertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van huis en nummer
Woordfamilie van huisnummer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huisnummers | meervoud | huisnummer |
| huisnummertje | verkleinwoord | huisnummer |
| huisnummertjes | verkleinwoord meervoud | huisnummer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huisnummer zijn vastgelegd.