huismiddel
zelfstandig naamwoord ˈhœysmɪdəlBetekenis
- iets dat als geneesmiddel gebruikt wordt zonder dat daarvoor wetenschappelijk bewijs is en dat zonder recept gekocht kan worden
- eenvoudig middeltje dat men gebruikt voor het oplossen van een huishoudelijk probleem
Hoe spreek je huismiddel uit?
/ˈhœysmɪdəl/
Huismiddel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| œy | huis |
| s | sok |
| m | maan |
| ɪ | pit |
| d | dak |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huismiddelen | meervoud |
| huismiddeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| huismiddeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van huis zn en middel zn , op te vatten als terugvorming uit huismiddeltje zonder het achtervoegsel -tje
Woordfamilie van huismiddel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huismiddelen | meervoud | huismiddel |
| huismiddeltjes | verkleinwoord meervoud | huismiddel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huismiddel zijn vastgelegd.