huismeester
zelfstandig naamwoordBetekenis
- huishoudkundige
- conciërge in een flatgebouw
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huismeesters | meervoud |
| huismeestertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| huismeestertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van huis zn en meester zn
Woordfamilie van huismeester
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huismeesters | meervoud | huismeester |
| huismeestertje | verkleinwoord | huismeester |
| huismeestertjes | verkleinwoord meervoud | huismeester |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huismeester zijn vastgelegd.