huiskring
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kleine groep gelovigen die een deel uitmaken van een gemeente
- de huiselijke kring
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huiskringen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van huis zn en kring zn
Woordfamilie van huiskring
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huiskringen | meervoud | huiskring |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huiskring zijn vastgelegd.