huislijk
bijvoeglijk naamwoord ˈhœysləkBetekenis
- de privésfeer betreffende; in de privésfeer
- knus en gezellig
Hoe spreek je huislijk uit?
/ˈhœyslək/
Huislijk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| œy | huis |
| s | sok |
| l | land |
| ə | de |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huislijke | verbogen, stellende trap |
| huislijker | onverbogen, vergrotende trap |
| huislijkere | verbogen, vergrotende trap |
| huislijkers | partitief, vergrotende trap |
| huislijks | partitief, stellende trap |
| huislijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| huislijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afleiding huis met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van huislijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huislijke | verbogen vorm | huislijk |
| huislijker | vergrotende trap | huislijk |
| huislijkere | verbogen vergrotende trap | huislijk |
| huislijkers | partitieve vergrotende trap | huislijk |
| huislijks | partitive, positive | huislijk |
| huislijkst | uninflected, superlative | huislijk |
| huislijkste | inflected, superlative | huislijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huislijk zijn vastgelegd.