huishouding
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een verzamelnaam voor het dagelijks levensonderhoud in een woning
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huishoudingen | meervoud |
| huishoudinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| huishoudinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van huis zn en houding zn
Woordfamilie van huishouding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huishoudingen | meervoud | huishouding |
| huishoudinkje | verkleinwoord | huishouding |
| huishoudinkjes | verkleinwoord meervoud | huishouding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huishouding zijn vastgelegd.