Naar de inhoud

huiseigenaar

iemand die een huis bezit, ongeacht of hij/zij het ook bewoont

huiseigenaar

zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. iemand die een huis bezit, ongeacht of hij/zij het ook bewoont

Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)

Vorm Grammaticale informatie
huiseigenaars meervoud
huiseigenaartje verkleinwoord, enkelvoud
huiseigenaartjes verkleinwoord, meervoud
huiseigenaren meervoud

Herkomst

samenstelling van huis en eigenaar

Woordfamilie van huiseigenaar

Woordvorm Relatie Afgeleid van
huiseigenaars meervoud huiseigenaar
huiseigenaartje verkleinwoord huiseigenaar
huiseigenaartjes verkleinwoord meervoud huiseigenaar
huiseigenaren meervoud huiseigenaar

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huiseigenaar zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over huiseigenaar

Wat is de betekenis van huiseigenaar?
Huiseigenaar is een zelfstandig naamwoord. De betekenis is: iemand die een huis bezit, ongeacht of hij/zij het ook bewoont.
Wat is het meervoud van huiseigenaar?
Van huiseigenaar geldt: het meervoud is huiseigenaars. De volledige verbuiging staat in de tabel op deze pagina.
Wat is het verkleinwoord van huiseigenaar?
De verkleinvorm van huiseigenaar is huiseigenaartje, altijd met het lidwoord het. Het meervoud daarvan is huiseigenaartjes.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord huiseigenaar is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. U 4
  3. I 1
  4. S 2
  5. E 1
  6. I 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. A 1
  11. A 1
  12. R 2
  13. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

huiseigenaar levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. U 2
  3. I 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. I 2
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. A 1
  11. A 1
  12. R 2
  13. 22 zonder bonus
  14. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

huiseigenaar in het kort

huiseigenaar staat in dit woordenboek als zelfstandig naamwoord. Van huiseigenaar staan er 4 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort huiseigenaar bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

huiseigenaar: iemand die een huis bezit, ongeacht of hij/zij het ook bewoont
Deel huiseigenaar — standaardnederlands.nl