huisbar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- bar waar men een drankje kan bestellen en drinken horend bij een huis of gebouw
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huisbarretje | verkleinwoord, enkelvoud |
| huisbarretjes | verkleinwoord, meervoud |
| huisbars | meervoud |
Herkomst
samenstelling van huis zn en bar zn
Woordfamilie van huisbar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huisbarretje | verkleinwoord | huisbar |
| huisbarretjes | verkleinwoord meervoud | huisbar |
| huisbars | meervoud | huisbar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huisbar zijn vastgelegd.