huisartsenpraktijk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een gebouw of deel van een gebouw waar een of meerdere huisarts(en) bezocht kunnen worden door patiënten.
- hoed
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een gebouw of deel van een gebouw waar een of meer huisartsen werken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huisartsenpraktijken | meervoud |
Herkomst
samenstelling huisarts en praktijk met het invoegsel -en-
Woordfamilie van huisartsenpraktijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huisartsenpraktijken | meervoud | huisartsenpraktijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huisartsenpraktijk zijn vastgelegd.