hufter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- man die zich lomp, onbehouwen en/of aanstootgevend gedraagt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hufters | meervoud |
| huftertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| huftertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘Bargoens scheldwoord: schoft’ voor het eerst aangetroffen in 1927
Woordfamilie van hufter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hufters | meervoud | hufter |
| huftertje | verkleinwoord | hufter |
| huftertjes | verkleinwoord meervoud | hufter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hufter zijn vastgelegd.