houtwal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- strook met bomen en struiken die men gebruikt voor de productie van (brand)hout en als afscheiding van landbouwpercelen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| houtwallen | meervoud |
| houtwalletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| houtwalletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hout zn en wal zn
Woordfamilie van houtwal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| houtwallen | meervoud | houtwal |
| houtwalletje | verkleinwoord | houtwal |
| houtwalletjes | verkleinwoord meervoud | houtwal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van houtwal zijn vastgelegd.