houtvester
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een technische, administratieve en commerciële beheerder van bos
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| houtvesters | meervoud |
| houtvestertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| houtvestertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘bosopzichter’ voor het eerst aangetroffen in 1314
Woordfamilie van houtvester
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| houtvesters | meervoud | houtvester |
| houtvestertje | verkleinwoord | houtvester |
| houtvestertjes | verkleinwoord meervoud | houtvester |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van houtvester zijn vastgelegd.