hotelbed
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een bed in een hotelkamer
- een hotelkamer
- een bed met een boxspringmatras
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hotelbedden | meervoud |
| hotelbedje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hotelbedjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hotel en bed
Woordfamilie van hotelbed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hotelbedden | meervoud | hotelbed |
| hotelbedje | verkleinwoord | hotelbed |
| hotelbedjes | verkleinwoord meervoud | hotelbed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hotelbed zijn vastgelegd.