hostie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- rond plat offerbrood dat volgens de katholieke leer na de consacratie door de priester veranderd is in het lichaam en bloed van Jezus
zelfstandig naamwoord
- rond, plat offerbrood dat volgens de katholieke leer na de consecratie door de priester, het lichaam en bloed van Jezus Christus wordt.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hosties | meervoud |
| hostietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hostietjes | verkleinwoord, meervoud |
| hostiën | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘offerbrood’ voor het eerst aangetroffen in 1282
Woordfamilie van hostie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hosties | meervoud | hostie |
| hostietje | verkleinwoord | hostie |
| hostietjes | verkleinwoord meervoud | hostie |
| hostiën | meervoud | hostie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hostie zijn vastgelegd.