hospitant
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een aanstaand leraar die als stagiair werkt op een school
- toehoorder op een school die een deel van de lessen en colleges volgt
- iemand die probeert een kamer te krijgen in een studentenhuis tijdens het hospiteren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hospitanten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘aanstaand leraar die lessen bijwoont’ voor het eerst aangetroffen in 1964
Woordfamilie van hospitant
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hospitanten | meervoud | hospitant |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hospitant zijn vastgelegd.