hoogdag
zelfstandig naamwoordBetekenis
- belangrijke kerkelijke feestdag vooral bij de roomsch-katholieken
- een hele leuke dag
zelfstandig naamwoord — masculine
- belangrijke kerkelijke feestdag vooral bij de rooms-katholieken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoogdagen | meervoud |
| hoogdagje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hoogdagjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hoog en dag
Woordfamilie van hoogdag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoogdagen | meervoud | hoogdag |
| hoogdagje | verkleinwoord | hoogdag |
| hoogdagjes | verkleinwoord meervoud | hoogdag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoogdag zijn vastgelegd.