hoofdvogel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de koningsvogel, degene die de hoofdvogel van de topspil afschiet is de nieuwe koning bij het handboogschieten.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoofdvogels | meervoud |
| hoofdvogeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hoofdvogeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hoofd en vogel
Woordfamilie van hoofdvogel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoofdvogels | meervoud | hoofdvogel |
| hoofdvogeltje | verkleinwoord | hoofdvogel |
| hoofdvogeltjes | verkleinwoord meervoud | hoofdvogel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoofdvogel zijn vastgelegd.