hoofdtelefoon
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een samenstel van twee luidsprekertjes die vlak bij de beide oren worden gedragen
zelfstandig naamwoord — masculine
- samenstel van twee luidsprekertjes die vlak bij de beide oren worden gedragen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoofdtelefoons | meervoud |
| hoofdtelefoontje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hoofdtelefoontjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hoofd en telefoon
Woordfamilie van hoofdtelefoon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoofdtelefoons | meervoud | hoofdtelefoon |
| hoofdtelefoontje | verkleinwoord | hoofdtelefoon |
| hoofdtelefoontjes | verkleinwoord meervoud | hoofdtelefoon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoofdtelefoon zijn vastgelegd.