hoofdstuk
zelfstandig naamwoord ˈhoftstʏkBetekenis
- bepaalde opdeling van tekst of beeld in een boek, toneelstuk of film
Hoe spreek je hoofdstuk uit?
/ˈhoftstʏk/
Hoofdstuk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| o | boot |
| f | fiets |
| t | tak |
| s | sok |
| ʏ | put |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- nieuw deel van een ontwikkeling
- deel van iemands leven figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoofdstukje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hoofdstukjes | verkleinwoord, meervoud |
| hoofdstukken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van hoofd zn en stuk zn
Woordfamilie van hoofdstuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoofdstukje | verkleinwoord | hoofdstuk |
| hoofdstukjes | verkleinwoord meervoud | hoofdstuk |
| hoofdstukken | meervoud | hoofdstuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoofdstuk zijn vastgelegd.