hoofdstad
zelfstandig naamwoord /'ɦof.ste.də(n)/Betekenis
- een belangrijke stad waarvandaan meestal het land, de staat, deelstaat of provincie wordt bestuurd
Hoe spreek je hoofdstad uit?
/ˈhofstedən/
Hoofdstad bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| o | boot |
| f | fiets |
| s | sok |
| t | tak |
| e | veel |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoofdstadje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hoofdstadjes | verkleinwoord, meervoud |
| hoofdsteden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van hoofd en stad
Woordfamilie van hoofdstad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoofdstadje | verkleinwoord | hoofdstad |
| hoofdstadjes | verkleinwoord meervoud | hoofdstad |
| hoofdsteden | meervoud | hoofdstad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoofdstad zijn vastgelegd.