hondsroos
zelfstandig naamwoordBetekenis
- wilde roos waarvan de bloemen, bladeren en de bottels worden gebruikt als een laxeermiddel of om wonden sneller te laten genezen. De bottels bevatten een hoog vitamine C gehalte
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Rosa canina een in de Benelux van nature voorkomende roos. De struik komt van nature voor in Europa, Noordwest-Afrika en West-Azië. In Noord-Amerika is de plant geïntroduceerd. De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als een soort die in Nederland algemeen voorkomt en stabiel of toegenomen is
- de bloemen, bladeren en de bottels worden gebruikt als een laxeermiddel of om wonden sneller te laten genezen. De bottels bevatten een hoog vitamine C gehalte
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hondsroosje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hondsroosjes | verkleinwoord, meervoud |
| hondsrozen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van hond en roos met het invoegsel -s-
Woordfamilie van hondsroos
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hondsroosje | verkleinwoord | hondsroos |
| hondsroosjes | verkleinwoord meervoud | hondsroos |
| hondsrozen | meervoud | hondsroos |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hondsroos zijn vastgelegd.