hondenriem
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een riem om de hond mee uit te laten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hondenriemen | meervoud |
| hondenriempje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hondenriempjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hond en riem met het invoegsel -en-
Woordfamilie van hondenriem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hondenriemen | meervoud | hondenriem |
| hondenriempje | verkleinwoord | hondenriem |
| hondenriempjes | verkleinwoord meervoud | hondenriem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hondenriem zijn vastgelegd.