hondenlul
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de penis van een hond
- scheldwoord, in het bijzonder voor voetbalscheidsrechters
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hondenlullen | meervoud |
| hondenlulletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hondenlulletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hond en lul met het invoegsel -en-
Woordfamilie van hondenlul
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hondenlullen | meervoud | hondenlul |
| hondenlulletje | verkleinwoord | hondenlul |
| hondenlulletjes | verkleinwoord meervoud | hondenlul |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hondenlul zijn vastgelegd.