hofnar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- Een grappenmaker aan het hof van een vorst of bij een rederijkerskamer.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hofnarren | meervoud |
| hofnarretje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hofnarretjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘nar die koninklijk hof moet vermaken’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van hofnar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hofnarren | meervoud | hofnar |
| hofnarretje | verkleinwoord | hofnar |
| hofnarretjes | verkleinwoord meervoud | hofnar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hofnar zijn vastgelegd.