hoeker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een rondgebouwde driemaster van Nederlandse oorsprong uit de zeventiende eeuw
- vissersboot waarop met een hoekwant gevist werd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hoekers | meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van hoeken met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van hoeker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hoekers | meervoud | hoeker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoeker zijn vastgelegd.