ho
tussenwerpsel, zelfstandig naamwoord hoBetekenis
- een uitroep die iets tot staan wil brengen.
- het (lijdend voorwerp, vóór het werkwoord)
- een uitroep om aandacht te verkrijgen.
- hoer, prostituee
- een bespottelijke uitroep
- (3e persoon enkelvoud nominatief vrouwelijk), (voor vrouwelijke personen en woorden met vrouwelijk genus) zij
- (3e persoon enkelvoud accusatief vrouwelijk), (voor vrouwelijke personen en woorden met vrouwelijk genus) haar
- vrouwtje
- van on
- van ono
Hoe spreek je ho uit?
/ho/
Ho bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| o | boot |
tussenwerpsel
- uitroep die iets tot staan wil brengen.
Verbuiging en vervoeging (tussenwerpsel)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ho! | canonical |
zelfstandig naamwoord
- afkorting van homoseksueel abbreviation, informal
Herkomst
als uitroep om iets te stoppen aangetroffen vanaf 1540
Woordfamilie van ho
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ho's | meervoud | ho |
| hootje | woordvorm | ho |
| hootjes | meervoud | ho |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ho zijn vastgelegd.