hielspoor
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een verkalking onder de hiel, bij de aanhechting van de pees die naar de voorvoet loopt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hielspoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hielspoortjes | verkleinwoord, meervoud |
| hielsporen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van hiel en spoor
Woordfamilie van hielspoor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hielspoortje | verkleinwoord | hielspoor |
| hielspoortjes | verkleinwoord meervoud | hielspoor |
| hielsporen | meervoud | hielspoor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hielspoor zijn vastgelegd.