heugelijk
bijvoeglijk naamwoord ˈhøɣələkBetekenis
- blij of reden tot vreugde gevend
- om voor altijd te onthouden als positieve herinnering
Hoe spreek je heugelijk uit?
/ˈhøxələk/
Heugelijk bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ø | deur |
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als heuchelijk.
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| heugelijke | verbogen, stellende trap |
| heugelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| heugelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| heugelijkers | partitief, vergrotende trap |
| heugelijks | partitief, stellende trap |
| heugelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| heugelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
van Middelnederlands hogelijc in de betekenis "verheugd, blij" **[1] op te vatten als afgeleid van heug "vreugde" met het achtervoegsel -lijk en met het invoegsel -e- **[2] betekenis ontstaan onder invloed van heugen ww ; stamverwant zijn ook geheugen en zich verheugen
Woordfamilie van heugelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| heuchelijk | woordvorm | heugelijk |
| heugelijke | verbogen vorm | heugelijk |
| heugelijker | vergrotende trap | heugelijk |
| heugelijkere | verbogen vergrotende trap | heugelijk |
| heugelijkers | partitieve vergrotende trap | heugelijk |
| heugelijks | partitive, positive | heugelijk |
| heugelijkst | uninflected, superlative | heugelijk |
| heugelijkste | inflected, superlative | heugelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heugelijk zijn vastgelegd.