heugel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- getande platte staaf waarop d.m.v. een tandrad iets verplaatst kan worden
- werktuig dat in vroeger eeuwen bij het koken werd gebruikt om ketels of potten op te hangen boven het open vuur in een schouw, haardhaal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| heugels | meervoud |
Woordfamilie van heugel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| heugels | meervoud | heugel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heugel zijn vastgelegd.