hetze
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- systematisch opgezet gestook
- lastercampagne, heksenjacht, ophitsing
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hetzes | meervoud |
Woordvorm
- aanvoegende wijs van hetzen
Vervoeging van hetze
hetzehele werkwoord
Herkomst
zn: Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘lastercampagne’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1919
Woordfamilie van hetze
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hetzes | meervoud | hetze |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hetze zijn vastgelegd.