hesp
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een stuk vlees uit de achterkant van een varken, met name de achterhesp
- (gewestelijk), het vlees van de achterkant van een varken
- de dij of bil van een mens
- paard
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- het vlees van de achterkant van een varken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hespen | meervoud |
| hespje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hespjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘(hieltje van een) ham’ voor het eerst aangetroffen in 1252
Woordfamilie van hesp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hespen | meervoud | hesp |
| hespje | verkleinwoord | hesp |
| hespjes | verkleinwoord meervoud | hesp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hesp zijn vastgelegd.