hertrouw
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- het opnieuw trouwen
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hertrouwen
- gebiedende wijs van hertrouwen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hertrouwen
Vervoeging van hertrouw
hertrouwhele werkwoord