herpakken
werkwoordBetekenis
- na een tijdelijke teruggang weer goed gaan presteren
Vervoeging van herpakken
herpakkenhele werkwoord — herpaktvoltooid deelwoord
Alle 36 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| herpak me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| herpak u/je , herpakt je | gebiedende wijs |
| herpakke zich | aanvoegende wijs |
| herpakken je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| herpakken ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| herpakken zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| herpakt | verleden tijd, deelwoord |
| herpakt je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| herpakt u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| herpakt u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| herpakt zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| herpakt zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| herpakt zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| herpakte | verleden tijd |
| herpakte je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| herpakte me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| herpakte u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| herpakte u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| herpakte zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| herpakte zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| herpakte zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| herpakten je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| herpakten ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| herpakten zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| zal me herpakken | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich herpakken | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je herpakken | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich herpakkend | onvoltooid, deelwoord |
| zich herpakt hebben | verleden tijd |
| zullen je herpakken | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons herpakken | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen zich herpakken | derde persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult u herpakken | tweede persoon |
| zult u herpakken | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult zich/u herpakken | tweede persoon |
| zult zich/u herpakken | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van pakken met het voorvoegsel her-
Woordfamilie van herpakken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| herpak | woordvorm | herpakken |
| herpakke | woordvorm | herpakken |
| herpakkend | woordvorm | herpakken |
| herpakkende | woordvorm | herpakken |
| herpakt | voltooid deelwoord | herpakken |
| herpakte | verleden tijd | herpakken |
| herpakten | woordvorm | herpakken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herpakken zijn vastgelegd.