herderin
zelfstandig naamwoordBetekenis
- begeleidster en bewaakster, meestal van een kudde schapen of ander vee
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| herderinnen | meervoud |
| herderinnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| herderinnetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van herder met het achtervoegsel -in
Woordfamilie van herderin
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| herderinnen | meervoud | herderin |
| herderinnetje | verkleinwoord | herderin |
| herderinnetjes | verkleinwoord meervoud | herderin |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herderin zijn vastgelegd.