hemd
zelfstandig naamwoord hɛmtBetekenis
- kledingstuk voor het bovenlijf, meestal gemaakt van katoen, linnen of viscose en gedragen als boven- of als onderkleding
Hoe spreek je hemd uit?
/hɛmt/
Hemd bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| m | maan |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hemden | meervoud |
| hemdje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hemdjes | verkleinwoord, meervoud |
| hempje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hempjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Van het Middelnederlandse hemede of hemde. In de betekenis van ‘onderkledingstuk’ voor het eerst aangetroffen in 1240.
Woordfamilie van hemd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hemdje | verkleinwoord | hemd |
| hemdjes | verkleinwoord meervoud | hemd |
| hempje | verkleinwoord | hemd |
| hempjes | verkleinwoord meervoud | hemd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hemd zijn vastgelegd.