heerschap
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het heer zijn, de waardigheid van heer
- heerschappij d.w.z. geheel der dingen waarover iemands macht zich uitstrekt
- feodaal|feodale bestuursvorm in de middeleeuwen
- mannelijk persoon
zelfstandig naamwoord — neuter
- feodale bestuursvorm in de middeleeuwen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| heerschapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| heerschapjes | verkleinwoord, meervoud |
| heerschappen | meervoud |
Herkomst
afgeleid van heer met het achtervoegsel -schap
Woordfamilie van heerschap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| heerschapje | verkleinwoord | heerschap |
| heerschapjes | verkleinwoord meervoud | heerschap |
| heerschappen | meervoud | heerschap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heerschap zijn vastgelegd.