heemraad
zelfstandig naamwoordBetekenis
- ambtenaar, lid van het dagelijks bestuur van een waterschap, die de belangen daarvan behartigt
- college dat de belangen van een waterschap behartigt
zelfstandig naamwoord — masculine
- door de ingelanden gekozen lid van het dagelijks bestuur van een waterschap, die de belangen daarvan behartigt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| heemraadje | verkleinwoord, enkelvoud |
| heemraadjes | verkleinwoord, meervoud |
| heemraden | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘college van raadslieden’ voor het eerst aangetroffen in 1155
Woordfamilie van heemraad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| heemraadje | verkleinwoord | heemraad |
| heemraadjes | verkleinwoord meervoud | heemraad |
| heemraden | meervoud | heemraad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heemraad zijn vastgelegd.