hechtpleister
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een pleister voorzien van een plaklaag te gebruiken om verband, infusen en katheters vast te maken aan de huid en ook voor het 'hechten' van een wond
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hechtpleisters | meervoud |
| hechtpleistertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hechtpleistertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hecht ww en pleister
Woordfamilie van hechtpleister
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hechtpleisters | meervoud | hechtpleister |
| hechtpleistertje | verkleinwoord | hechtpleister |
| hechtpleistertjes | verkleinwoord meervoud | hechtpleister |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hechtpleister zijn vastgelegd.