harem
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het voor vrouwen bestemde deel van een woning van een mohammedaan
- groep vrouwen die een relatie hebben met één man
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| harempje | verkleinwoord, enkelvoud |
| harempjes | verkleinwoord, meervoud |
| harems | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Turks, in de betekenis van ‘vrouwenverblijf, vrouwen en bijzitten van een moslim’ voor het eerst aangetroffen in 1792
Woordfamilie van harem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| harempje | verkleinwoord | harem |
| harempjes | verkleinwoord meervoud | harem |
| harems | meervoud | harem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van harem zijn vastgelegd.